Home Concertagenda Dirigent Koorleden Bestuur Geschiedenis Concertfoto's Componisten Overige zaken

Camille Saint Saens 1835-1921                     Calme des Nuits

Reeds in 1846 trad hij in Parijs als concertpianist op en in 1853 voltooide hij zijn eerste symfonie, die nog in hetzelfde jaar werd uitgevoerd .Van 1853 tot 1857 was hij organist van de kerk St-Merry te Parijs, aansluitend tot 1877 van de Madeleine aldaar, van 1861 tot 1865 tevens pianoleraar (o.a. van Fauré en Messager) aan de École Niedermeyer, eveneens te Parijs.


Hij was in 1871 medeoprichter van de Société nationale de Musique (waarvan o.a. Lalo, César Franck, Bizet en Massenet lid waren) ter bevordering van uitvoering van eigentijdse Franse muziek. Na 1877 wijdde hij zich vnl. aan het componeren; daarnaast maakte hij talrijke concertreizen als pianist, organist en dirigent van eigen werk.

Saint-Saënns was een vruchtbaar schrijver en verdedigde in zijn artikelen over muziek, o.a. voor het tijdschrift 'Voltaire', de Franse School en toonde zich een fervent tegenstander van Wagner en het impressionisme.

Zijn werken hadden aanvankelijk in Duitsland, waar Liszt zich ervoor inzette, meer succes dan in Frankrijk: in 1865 en in 1869 was Saint-Saëns in Leipzig solist bij de premières van zijn eerste resp. derde pianoconcert en in 1877 ging dankzij Liszt in Weimar de première van zijn opera Samson en Dalila (de Franse première vond eerst in 1890 plaats). Later veranderde deze tendens: m.n. Saint-Saëns' kamermuziek en opera's zijn buiten Frankrijk weinig uitgevoerd.

Door het vasthouden aan de klassieke traditie en door zijn evenwichtige en doorzichtige stijl, waarin groot technisch kunnen (groot talent voor contrapunt) zich verbindt met koele elegantie en architectonische strengheid, laat Saint-Saëns zich karakteriseren als een classicist. Daarnaast liet hij zich inspireren door de Franse mode van zijn tijd, en schreef hij vele Spaanse en exotische composities.

Door de duidelijk te herkennen inspiratiebronnen (Liszt, Robert Schumann, Berlioz, Mendelssohn, Meyerbeer, Gluck, Händel) draagt het werk van Saint-Saëns ten dele een eclectisch karakter.

Zijn historisch besef kwam ook tot uitdrukking in het gebruik van 14de-eeuwse Frans dansvormen. Aan het eind van zijn leven ontwikkelde hij, evenals Fauré, een strenge en sobere stijl. Saint-Saëns was geen baanbreker van nieuwe wegen in de muziek. Niettemin toont hij in zijn beste en bekendere werken (de derde symfonie, piano- en celloconcerten en symfonische gedichten) een eigen stijl en grote oorspronkelijkheid, o.a. in de verscheidenheid van ritme: onafgebroken syncopen hebben vaak maatverschuivingen tot gevolg.


Voor meer informatie:

http://www.classicalarchives.com/bios/codm/saint-saens.html